Een taalprobleempje


In het jaar 1994 bracht de Spaanse journalist-schrijver Arturo Perez Reverte een bezoek aan Nederland. Dit om zijn nieuwste boek `Comancheland’ te promoten, waarin hij verslag deed van zijn jaren als oorlogsverslaggever in Bosnië- Herzegovina.

Het was een merkwaardige ontmoeting in het Rembrandthotel in Amsterdam. De uitgever had verzuimd mij te vertellen, dat Perez Reverte het Engels niet machtig was en louter Frans en Spaans sprak. Mijn middelbare school Frans was niet om over naar huis te schrijven om maar niet te spreken van het Spaans na een een jaar conversatiecursus.


Perez Reverte sprak de gedenkwaardige woorden: ,,Somos hombres de literatura, entendemos’’. Dit om mij toch vooral moed in te spreken en niet het interview af te breken. Hakkelend worstelden we ons door een gesprek, dat mij bij bleef als bijzonder.
Perez Reverte had gelijk. Ondanks het taalprobleem wisten we toch redelijk gedachten te wisselen over de journalistiek en de oorlogsjournalistiek in het bijzonder. De schrijver Perez Reverte had de fakkel overgenomen van de journalist. Hij was moe, zo zei hij.
Niet fysiek, maar psychisch hadden de jaren in Bosnië hun tol geëist. Natuurlijk zei ik toen, dat zulks in de Nederlandse journalistiek wel mee viel. Dat was toch niet te vergelijken met oorlogsverslaggeving. Hij bestreedt dat.
Volgens Perez Reverte zou bij elke journalist na verloop van tijd vermoeidheid optreden. Het verslaan van menselijke tekortkomingen in oorlog of vredestijd is vermoeiend en het leek hem onmogelijk dat decennia vol te houden. 
Het waren woorden die me bijbleven. Twintig jaar later pas zou ik hem gelijk geven. Na de zoveelste reorganisatie was ik het zat en gooide de kont tegen de krib en vertrok. Om nu in Catalunya te wonen.

Reacties

Populaire posts van deze blog

De Europese roman